
De afgelopen tijd sprak ik veel met jongerenwerkers over hun rol in het voorkomen en signaleren van (ondermijnende) criminaliteit. Wat me opnieuw raakte, is hoe betrokken zij zijn: professionals met voelsprieten diep in de leefwereld van jongeren, die met oprechte zorg kijken naar hun veiligheid en ontwikkeling. In die gesprekken bespraken we openhartig hun positie richting scholen: de wederzijdse verwachtingen, de grenzen, de verantwoordelijkheden en vooral de spanning tussen nabijheid en professionele afstand.
Waar het schuurt tussen school en jongerenwerk
En die spanning voel je in de praktijk. Tussen jongerenwerk en school schuurt het daardoor soms. Vanuit scholen hoor ik geregeld frustratie: “De jongerenwerker is te veel ‘vriendje’, houdt signalen bij zich, deelt niet genoeg.” Soms wordt jongerenwerk zelfs gezien als verlengstuk van de school, waardoor verantwoordelijkheden onbedoeld worden doorgeschoven.
Maar andersom hoor ik óók teleurstelling uit het jongerenwerk: “Scholen doen te weinig met signalen, laten jongeren vallen, of verwachten dat wij het oplossen.”
In de wrijving ligt de winst
Beide perspectieven zijn begrijpelijk — en precies in die wrijving ligt de grootste kans op groei. Want goede samenwerking ontstaat niet vanzelf. Ze vraagt om duidelijke afspraken, wederzijds vertrouwen, het durven benoemen van grenzen én de moed om samen verantwoordelijkheid te nemen, juist als het spannend wordt.
Wat scholen en jongerenwerkers hierin nodig hebben
Voor scholen betekent dat: blijven professionaliseren, signalen herkennen, bespreekbaar maken én melden.
Voor jongerenwerkers: helderheid bieden over hun rol, grenzen bewaken en actief zorgen delen.
Samenwerking mag nooit een vervanging zijn van handelen, maar een versterking ervan.
Een beweging richting échte samenwerking
Juist daarin zie ik een beweging ontstaan. Steeds meer scholen en gemeenten werken structureler samen met jongerenwerk, niet meer alleen als externe partner maar als onderdeel van het team — een brug tussen leefwereld en schoolwereld. Daardoor ontstaan korte lijnen, gezamenlijke doelen en één aanpak rondom de jongere. Dat versterkt niet alleen de signalering, maar ook het onderlinge vertrouwen.
Wat het vraagt van beide kanten
Deze samenwerking vraagt iets van beide kanten: eigenaarschap en handelingsbereidheid vanuit scholen; helderheid en professionele grenzen vanuit jongerenwerk; en van beide kanten vertrouwen, openheid en gezamenlijke kaders.
Waar echte preventie begint
Wanneer die ingrediënten aanwezig zijn, ontstaat er iets bijzonders. Dan wordt jongerenwerk geen verlengstuk van de school, maar een gelijkwaardige partner in het netwerk rondom de jongere.
En dáár begint echte preventie: precies op het snijvlak waar vertrouwen, professionaliteit en menselijkheid elkaar raken.


