
We voelen allemaal de urgentie om onze jongeren te beschermen tegen de verleidingen van criminaliteit. Regelmatig krijg ik dan ook de vraag of het verstandig is om algemene voorlichtingen te geven aan leerlingen over ondermijnende criminaliteit, met als doel hen te beschermen.
Laatste update: 23 augustus 2025
Over het algemeen ben ik kritisch over leerlingvoorlichtingen over criminaliteit, omdat onderzoek laat zien dat deze soms averechts kunnen werken voor bepaalde leerlingen (Kruisbergen & De Jonge, 2023). In plaats van bescherming te bieden, kunnen ze juist nieuwsgierigheid naar criminele netwerken opwekken.
Bewustwording leidt vaak niet tot gedragsverandering
Daarnaast blijkt uit de literatuur dat bewustwording alleen vaak niet leidt tot gedragsverandering, zeker niet bij jongeren (Kruisbergen & De Jonge, 2023). Dit komt doordat de hersenen van jongeren nog niet volledig ontwikkeld zijn voor langetermijnbeslissingen (Van der Laan et al., 2016). Veel programma’s zijn bovendien niet effectief omdat ze zich richten op te brede doelgroepen. Hierdoor sluit de inhoud onvoldoende aan bij de specifieke behoeften en risico’s van de jongeren die het meeste baat zouden hebben bij interventies (EUCPN, 2020; Kruisbergen & De Jonge, 2023).
Het risico van ervaringsdeskundigen
In het inzetten van ervaringsdeskundigen schuilt eveneens risico. Onderzoek toont aan dat het delen van persoonlijke verhalen niet altijd het gewenste effect heeft (Thijs, Weerman & Van der Laan 2018; Lammers, Onrust & Sartorius, 2020). Dit kan zelfs leiden tot normalisatie of bewondering voor het ‘avontuurlijke’ aspect van criminaliteit (Petrosino et al., 2013). Jongeren worden eerder getriggerd dan gewaarschuwd, vooral wanneer verhalen de nadruk leggen op herstel in plaats van op de negatieve gevolgen. Zoals Kruisbergen & De Jonge (2023) treffend stellen: “Bovendien, de ervaringsdeskundigen hebben […] vaak een positie in de burgermaatschappij, bijvoorbeeld als jongerenwerker of sportschoolhouder (Kuppens et al., 2022). Het is dus uiteindelijk goed gekomen met ze. Wat is dan eigenlijk het probleem van een criminele levensstijl?”
Kortom: wetenschappelijke inzichten wijzen erop dat criminaliteit met algemene voorlichtingen niet wordt voorkomen en mogelijk zelfs wordt gestimuleerd.
Wat kun je wel doen?
Wil je nu al bijdragen aan het voorkomen van criminaliteit onder leerlingen? Richt je op interventies die wetenschappelijk onderbouwd zijn en werk vanuit een brede aanpak. Denk hierbij aan:
- Versterk de weerbaarheid van jongeren
Leer hen omgaan met groepsdruk, hun grenzen aan te geven, en risico’s te herkennen in verschillende situaties, zoals online interacties of relaties binnen vriendengroepen (Onrust et al., 2016). - Leid onderwijsprofessionals op
Zorg dat docenten en andere onderwijsprofessionals vroegtijdig signalen van criminele uitbuiting kunnen herkennen en weten hoe ze hierop moeten handelen (Godson, 2020). Door vroegtijdige signalering en ingrijpen kan (verdere) afglijding in criminele netwerken worden voorkomen (Van der Put et al., 2013). - Werk samen met handhavings- en hulpinstanties
Investeer in een sterke samenwerking met politie, jongerenwerk en andere betrokken partijen (Barecca, 2000). Een multidisciplinaire aanpak geeft meestal de beste resultaten (o.a. Freeman, 2000). - Bied jongeren positieve alternatieven
Stimuleer deelname aan sport, culturele activiteiten, stages of werkgelegenheidsprogramma’s die jongeren perspectief bieden en hen weghouden van criminele invloeden (o.a. Barecca, 2000; Barthe, 2006; Skorikov & Vondracek, 2007).
Kan voorlichting wel werken?
Hoewel er nog geen overtuigend wetenschappelijk bewijs is, zijn er aanwijzingen dat voorlichtingen onder bepaalde omstandigheden, bij specifieke doelgroepen en over specifieke onderwerpen een rol kunnen spelen. De vraag is echter of dit ook opgaat voor voorlichtingen rond criminaliteit. Dergelijke voorlichtingen moeten in ieder geval zorgvuldig worden ontworpen en voldoen aan de volgende voorwaarden om effectief te zijn:
- Specifieke afstemming op een doelgroep
De inhoud moet specifiek zijn afgestemd op een duidelijk gedefinieerde risicogroep (Sloboda et al., 2019; Onrust et al., 2016, zie Kruisbergen & De Jonge, 2023). Een one-size-fits-all-aanpak, waarbij dezelfde voorlichting wordt gegeven aan een vmbo 2-klas en een gymnasium 5-klas, is ongeschikt. - Combinatie met langdurige begeleiding
De voorlichting moet worden gecombineerd met langdurige begeleiding of andere interventies, zoals een hulptraject, sociale normverandering of ouderbetrokkenheid (Onrust et al., 2016). Een eenmalige voorlichtingsles is dus niet voldoende. - Een concreet handelingsperspectief bieden
Bied een concreet en haalbaar handelingsperspectief door de nadruk te leggen op wat jongeren wél kunnen doen, in plaats van wat ze moeten vermijden (Barthe, 2006). Dit kan bijvoorbeeld door stages, werkplekken of trainingen aan te bieden waarmee jongeren leren omgaan met groepsdruk. - Vermijd van normstellende boodschappen
Vermijd normstellende boodschappen die gedrag onbedoeld normaliseren of nieuwsgierigheid wekken (Van Erp, 2007; Christiano & Neimand, 2017, zie Kruisbergen & De Jonge, 2023). Voorbeelden hiervan zijn boodschappen die benadrukken dat ‘veel jongeren crimineel gedrag vertonen’ of dat ‘iedereen wel eens in aanraking komt met criminaliteit.’ Deze kunnen onbedoeld het idee versterken dat dit gedrag normaal of acceptabel is. - Wetenschappelijke basis en effectmeting
De inhoud van voorlichtingen moet worden ontwikkeld op basis van wetenschappelijk onderzoek en evidence-based inzichten. Daarnaast is het essentieel om de langdurige effecten van voorlichtingen te meten en te evalueren. Zonder gedegen effectmeting blijft het onduidelijk of de interventie daadwerkelijk impact heeft of mogelijk zelfs averechts werkt (Kruisbergen & De Jonge, 2023; Sloboda et al., 2019; Onrust et al., 2016).
Mijn advies
Mijn advies is gebaseerd op de huidige wetenschappelijke inzichten: wacht met het inkopen en geven van algemene voorlichtingen totdat de effectiviteit beter is onderzocht en bewezen. Richt je in de tussentijd op evidence-based interventies die aansluiten bij de behoeften van jongeren. Dit kan via de NJI Databank Effectieve interventies, maar andere wetenschappelijk onderbouwde bronnen en methoden zijn uiteraard ook waardevol.
Daarnaast adviseer ik om leerlingen gericht vaardig te maken op thema’s waarvan bekend is dat zij bijdragen aan de preventie van criminaliteit, zoals morele ontwikkeling en emotieregulatie. Door structureel te investeren in deze vaardigheden werk je aan een stevig fundament dat jongeren helpt weerbaar en veerkrachtig op te groeien.
Voor interventies die niet in de NJI Databank staan, raadpleeg Kruisbergen & De Jonge (2023). In hun artikel formuleren zij zeven kernvragen die kunnen helpen bij het beoordelen of een communicatief sturingsinstrument, zoals algemene voorlichtingen, geschikt is voor inzet of financiering. Voor meer details raad ik aan hun artikel te lezen.
Innovatie
Innovatie op thema’s als ondermijning blijft essentieel – criminaliteit is immers veranderlijk. Toch moeten we ervoor zorgen dat we het juiste doen. Dit vraagt om een zorgvuldige en onderbouwde aanpak.
Laat interventies daarom zoveel mogelijk wetenschappelijk gefundeerd zijn, bijvoorbeeld door middel van behoefteonderzoek onder de doelgroep. Daarnaast is een gedegen evaluatie noodzakelijk. Dit kan door middel van:
- Nulmeting: Wat is het startniveau met betrekking tot kennis, vaardigheden en registraties?
- Eenmeting: Direct na afloop meten welke kennis, vaardigheden en ervaringen zijn opgedaan.
- Tweemeting: Na zes maanden beoordelen of de interventie een langetermijneffect heeft (bijvoorbeeld op kennis, vaardigheden en registraties/incidenten).
Het is aan te raden om hierbij mixed methods te gebruiken en, waar mogelijk, een controlegroep. Denk aan enquêtes, registraties en focusgroepen of vignettenstudies. Hulp nodig of wil je je verdiepen? Bekijk de handleiding interventiebeschrijving van het NJI.
Tot slot: vermijd interventies waarvan bekend is dat ze voor sommige leerlingen schadelijke effecten kunnen hebben.
Dit advies is gebaseerd op de huidige stand van de wetenschap en blijft onderhevig aan voortschrijdend inzicht. Nieuwe bevindingen kunnen het advies in de toekomst bijstellen.
Wat werkt nog meer?
Dit artikel legt uit dat jeugdcriminaliteit ontstaat door een samenspel van risicofactoren op individueel, gezins-, school- en maatschappelijk niveau, terwijl beschermende factoren zoals emotie‑ en stressregulatie, moreel besef, zelfvertrouwen, positieve schoolbinding en ondersteunende relaties delinquent gedrag kunnen tegengaan
Meer weten?
Lees hier onze uitgebreide blogpost over wat écht werkt.
Ik wil Kruisbergen & De Jonge (2023) bedanken voor hun grondige onderzoek naar dit onderwerp. Als je je echt wilt verdiepen in dit thema, raad ik aan hun artikel te raadplegen, evenals dat van Petrosino et al., (2013). Veel van mijn inspiratie voor dit blog heb ik aan hun onderzoek en inzichten te danken.
Bronnenlijst
Barreca, M. (2000). Education for Lawfulness in Palermo schools. Trends in Organized Crime, 5, 91-102.
Barthe, E. (2006) Crime prevention publicity campaigns (Vol. 5). Washington, DC: US Department of Justice, Office of Community Oriented Policing Services.
Castagna, G. (2022). De keerzijde van afschrikkende voorlichting over drugs op school. Trimbos-instituut.
Christiano, A. & A. Neimand (2017). Stop Raising Awareness Already. Stanford social innovation review, 34-41.
Erp, J. van (2007). Informatie en communicatie in het handhavingsbeleid, Inzichten uit wetenschappelijk onderzoek. Den Haag: Boom criminologie.
European Crime Prevention Network (EUCPN). (2020). Mythbuster: Awareness-raising never hurts, does it? Brussels: EUCPN.
Freeman, M., Miller, C., & Ross, N. (2000). The impact of individual philosophies of teamwork on multi-professional practice and the implications for education. Journal of Interprofessional Care, 14(3), 237–247.
Godson, R. (2000). Guide to developing a culture of lawfulness. Trends in Organized Crime, 5, 91-102.
Kruisbergen, E. W., & De Jonge, M. (2006). Voorkomen is beter dan genezen. . ., toch? Over goed bedoelde maar potentieel schadelijke vormen van preventie van ondermijning. Tijdschrift Voor Veiligheid, 22(3).
Kuppens, J., K. Kathmann & H. Ferwerda (2022). Stop de in- en doorgroei Een praktijkscan op interventies die vanuit BOTOC-gelden zijn opgestart om doorgroei en rekrutering van jongeren in de criminaliteit te stoppen. Den Haag: WODC.
Laan, A.M. van der, M.G.C.J. Beerthuizen, C.S. Barendregt & K.A. Beijersbergen (2016). Adolescentenstrafrecht. Den Haag: WODC.
Lammers, J., Onrust, S., & Sartorius, D. (2020). Effectiviteit van de inzet van ervaringsdeskundigen bij drugspreventie op scholen. In Trimbos Instituut
Nederlands Jeugd Instituut (z.d.). Databank Effectieve interventies.
Nederlands Jeugdinstituut. (z.d.). Erkenningstraject interventies.
Petrosino, A., Turpin‐Petrosino, C., Hollis‐Peel, M. E., & Lavenberg, J. G. (2013). ‘Scared Straight’ and other juvenile awareness programs for preventing juvenile delinquency. Cochrane database of systematic reviews, (4).
Put, C. van der, Assink, M., Bindels, A., Stams, G. J., & De Vries, S. (2013). Effectief vroegtijdig ingrijpen: een verkennend onderzoek naar effectief vroegtijdig ingrijpen ter voorkoming van ernstig delinquent gedrag. Den Haag: WODC.
Skorikov, V., & Vondracek, F. (2007). Positive Career Orientation as an Inhibitor of Adolescent
Problem Behaviour. Journal of Adolescense, 30(1), 131-146.
Sloboda, Z., R.C. Stephens, P.C. Stephens, S.F. Grey, B. Teasdale, R.D. Hawthorne, … & J.F. Marquette (2009). The Adolescent Substance Abuse Prevention Study: A randomized field trial of a universal substance abuse prevention program. Drug and alcohol dependence, 102(1-3), 1-10.
Thijs, F., Weerman, F. M., & van der Laan, P. H. (2018). Literatuuronderzoek naar de effecten van de inzet van ex-gedetineerden als’ ervaringsdeskundigen’. Den Haag: WODC.


